Wouter Bruneel
Boven in een toren voel ik me beschut. Beschermd.
Hoog en droog is er overzicht. Daarboven lijkt alles even stil te staan.
Ik kan schuilen voor het slechte weer of voor de wereld rondom mij.
Ik kan er iets eten of drinken, of wat tijd nemen om te denken
voor ik terug afdaal naar “hier”.
Mijn huis is mijn thuis.
Het heeft geen toren, wel een dak, vier muren
en al mijn spullen (die ik soms kwijt ben).
Daar ken ik de weg met mijn ogen dicht
en wonen de mensen waar ik van houd.
Maar soms sta ik daar te dicht bij alles,
kijk ik neer op iedereen en alles.
Dan lijken mijn kleren en spullen saai,
en mijn familie gemeen.
Dan wordt het plots hard werken
om alles en iedereen te verstaan.
Dan spring ik op mijn motor en kom ik thuis
in de wind die rond mijn oren speelt.
Soms rijd ik uren rond.
Of ik rijd naar de film,
waar ik thuiskom in een verhaal dat niet bestaat.
Of ik rijd naar een goeie vriend.
Die heeft wel een toren — en een fontein.
Soms is mijn thuis niet groter
dan een rugzak met genoeg om een nieuw begin te maken.
En heel soms klim ik hoger.
Heel hoog.
Tot in een verboden toren van een grote drukke stad.
Daar waar je eigenlijk niet mag zijn,
waar niemand je verwacht
en waar de angst voor wat je niet kent
je hart sneller doet kloppen.
Toch voel ik me daar veilig —
omdat ik weet dat ik ergens anders thuis hoor
en straks weer kan afdalen, ver genoeg
om alles weer beter te begrijpen.
Thuis is voor mij de plek
waar “ik zijn” vanzelf gaat.
Met of zonder dak boven mijn hoofd,
is thuis de weg naar mijn eigen geluk.
Soms is het een sofa,
soms een motor,
soms een verboden toren —
maar altijd een plek waar ik op mijn plaats ben.

Reacties
Één reactie op “Kan een verboden torenkamer ook een veilige plek zijn?”
Tuurlijk wel. Want er kan een heel lief oud vrouwtje wonen. Die thee voor je zet. En naar je luistert. En je voeten verwarmt. (Jonas, 7 jaar)